Het gevoel van Flevoland2020-02-03T13:58:54+01:00

Het gevoel van Flevoland

Van 8 december 2019 t/m 2 februari 2020 exposeerde het Flevolandse kunstenaarscollectief KUP-11 in De Verbeelding met als thema ‘ Het gevoel van Flevoland ‘. De kunstenaars, inclusief drie gast-exposanten, hadden zich laten inspireren door dit thema en beeldden hun gevoel uit in verrassend veelzijdige werken, van schilderijen en foto’s tot papierkunst.

De afsluiting van de expositie was op zondag 2 februari 2020. Dichters uit Zeewolde en Lelystad (de Dijkdichters) droegen gedichten voor die geïnspireerd waren door de kunstwerken op de expositie. Het geheel werd muzikaal omlijst door het “Trio Triskel” met de nummers van hun album “Songs of the Zodiac”.

Hieronder kunt u de voorgedragen gedichten nog eens rustig nalezen:

Schone lei

laten we spelen
op nieuwe grond
en vergeten wat ons
aan het verleden bond

we beginnen opnieuw
met een schone lei
op het witte doek
ongeframed en vrij

onvoorspelbaar creëren
met kleuren en vormen
vanuit innerlijk weten
vanuit eigen normen

voelen waar we raken
beseffen wat ons bindt
in wezen authentiek zijn
en open als een kind

laten we spelen
op nieuwe grond
laat vrijheid de bodem zijn
van een nieuw verbond

© Marijke Kienhuis, 2019

De zomer bijna voorbij

werk van Ingrid Los-Zentveld

langzaam trekt de nacht zich terug
wanneer het zicht krijgt
op de nieuwe dag
het licht legt een spectrum
aan kleur neer

over de diversiteit aan vorm
en soort in de natuur
teder speelt de zon in zijn nadagen
met de rust die huist
in de valleien bergen en vlakten

waar het zo integer
en puur is
dat het niet eens opvalt
het is slechts de verbazing van
een toevallige wandelaar

waar dat uit blijkt
en de zomer ziet
de herfst
in zijn coulissen wachten
en weet zijn zomer
bijna voorbij

© JR. 2019

Ganzentrek

werk van Sonja Reedijk

Ik vlieg met jou naar verre verten
mee met de grote ganzenvluchten
wij zien de wereld als herboren
vleugels omspannen weidse luchten.

Verder, steeds verder deinen wij
opwaartse winden onder de veren
ver boven al het aardse verheven
in onze vlucht kan niets ons deren.

Oceanen die aan de einder verdwijnen
bergketens onthullen hun geheimen
trekken over begroeide gebieden
waar onze ogen naar gevaren spieden.

Neergestreken op een veilige weide
kunnen we ons in een maaltijd verbeiden
voort gaat het weer met de vleugels gespreid
in formatie elkaar totaal toegewijd.

Uiteindelijk een rustplaats gevonden
blijven we met elkaar verbonden
eieren leggen en nesten maken
volbrengen van onze aardse taken.

Dan, als de kleine gansjes komen
beginnen we weer van verten te dromen
we fatsoeneren onze veren
en stijgen weer op naar hoger sferen.

Een met de wolken, de winden en stromen
gaan wij gestroomlijnd alsmaar naar voren
tot wij, in `t Noorden aangekomen
weer terugkeren naar waar wij zijn geboren.

© Igna Geveke 2017

Waterwerken

werk van Dorrith Hillenbrink

zacht gekleurde visioenen
fantasie in morgenlicht
uit het niets wordt er geschapen
intuïtie niet ontslapen
alles in verband belicht

morgen tekent de contouren
van dat wat nog niet bestaat
passionele dromen drijven
naar een plek die zal beklijven
naar een plek die echt bestaat

zoetgevooisde metaforen
spelen met de woordenstroom
niets zal zich tot iets beperken
scheppend groeien waterwerken
tot een waar geworden droom

© Juul Baars

Zwerkzicht

Zie hoe het zwerk zich openbaart
en kleurrijk toont hoe het speelt met licht
dat vloeiend boven de golven
tot aan de kim laat blijken,
dat schoonheid zien soms simpel bestaat
uit stil genietend kijken.

© Gerard Beense

Zeegras

De vissenman geeft hom
In een robbertje zeepolo

Zij verstopt zich voor ‘t zaad
kuit leidt een eigen leven

groen en blauw transformeren
een biotoop kleurt turquoise

waar haar oog nog dromen wil
richt hij en blaast, zij ademt stil

gevoelens in oude blauwe zeeklei
in kaarsrechte kanalen, vaarten

waar stoere vissers onverdroten
hun drijvende dobbers gade slaan

gemeenschap op klei en zand
Dat is mijn gevoel van Flevoland!

Marc Broekmans

Flevoland – Jong

Niets hebben we kunnen lezen over wie hier vroeger
was. Dit is de witte bladzij van een boek,
een open eind, het hoofdstuk waar de schrijver
nog niets in te zeggen had.

Geen taal. Geen oud verhaal om op terug
te vallen. Ruimte die voor het oog oneindig is.
Een kaart, waarop het spoor is uitgezet, en bruggen
die het niets met niets verbinden. Geen woord
dat zegt dat wij hier veilig woonplaats kunnen vinden.

Wij zoeken als de jonge aanplant om ons heen
naar houvast in de nieuwe bodem. De heipaal
slaan we dieper in de grond en huizen bouwen we
van sterke stenen. Tussen de muren slaan
we zonlicht op om prettig door de kou te komen.

Van kinderen ketst het geluid
als pingpongballen door de straten.
Een schuilplaats voor hun stem
vinden ze niet. Ze spelen springen
door de tijd en dwingen toekomst af:
zij tekenen de lege bladzij vol met licht
en schaduw en met hoge bomen.

Magriet Poortstra

Vluchteling

Schilderij Vrijheid van Guda Boelens

Heimwee doet hem beseffen
dat zijn verleden gekweld wordt
ingevoegd in een nieuwe toekomst

verwanten die achterbleven
begeleiden hem met tranen

om te overleven kiest hij een
bestaan dat hem vreemd is,
in woorden die afwijkend zijn

verwanten die achterbleven
laat hij in hete tranen achter

emoties, die hij niet kan
uiten, worden genegeerd
hij kan ze niet verwoorden

verwanten die achterbleven
hebben geen tranen meer

zijn hart bloedt om wat hij
achterlaat, toch wil hij
zijn verdriet toekomst geven.

© 2019 Erik Kramer

De polderpionier

Soms zie ik hem gaan,
de man die dit land
heeft gekend zonder akkers en sloten.
Toen de bodem der zee
door de hemel omrand
heel voorzichtig werd opengestoten.

Soms zie ik hem staan,
de man door wiens hand
zo de vaarten en tochten ontstonden.
Met het oog op vandaag
heeft hij bomen geplant
die de tijd en de stormen doorstonden.

Nog zie ik hem gaan,
de man die dit land
heeft gezien zonder dorpen en steden.
Die dag in en dag uit
met de schop in de hand
heeft gewerkt en gevloekt en gebeden.

Soms zie ik hem aan,
de man die dit land,
die de polder heeft opengebroken.
Dan schud ik hem stevig
zijn eeltige hand.
Zonder hem was dit land nooit ontloken

Hans de Bondt

De pioniersvrouw

Zo stond zij daar
met in haar hart nog steeds
het heimwee naar
familie, dorp en vrinden.
Het oude land,
waar zij van jongs af reeds
geborgenheid en liefde wist te vinden.

Zo stond zij daar
en staarde over ‘t land.
Het nieuwe land;
een plaats om te ontginnen.

Toen zei hij zacht
haar naam en nam haar hand,
en samen gingen zij
hun woning binnen.

Zo was zij daar
en maakte van haar huis
een bron van rust,
een haard, een onderkomen.
En schiep zij in
dit nieuwe land een thuis.
Een bakermat voor wat
nog eens zou komen.

Hans de Bondt

Eindeloos

Eindeloos
rij ik
over wijde wegen, weids water

Naar land
van verknochte boeren
verleid door verse aarde.

Naar havens
waar warmend het water
het zonlicht wandelt
over wakkere boten.

Naar molens
die zwijgend zwaaien
en zachtjes zoevend zingen
———————————
kom-kom-kom-kom
Ga niet weerom!
———————————
E-i-n-d-e-l-o-o-s.

Aartje Kabbedijk